Johannes Lether (VIj), wordt op 14 januari 1929 in Solo, Soerakarta, Indonesië geboren.
Op 1 juli 1946 treed hij te Semarang vrijwillig in dienst voor een periode van 1 jaar bij het
K.N.I.L. (nr.: 291 3214003) als Soldaat 2e klasse. Hij wordt dan geplaatst bij de
School Opleiding Bestuurders en Monteurs III. Op 15 oktober 1946 wordt hij Soldaat 2e
klasse-Automobilist en op 1 juli 1947 wordt het hem toegestaan om zonder verband door te dienen,
gevolgd door zijn promotie tot Soldaat 1e klasse-Automobilist op 4 oktober van dat
jaar. Op 17 augustus 1948 tekent hij dan voor een dienstverband van 6 jaar bij het KNIL bij. Met
ingang van 13 no-vember 1948 wordt de tijdelijke rang van Korporaal geëffectueerd, rekenende
de ouderdom in rang’. 14 dagen later wordt het hem toegestaan het ‘Ereteken voor Orde en Vrede’
te dragen.
Op 9 juni 1949 trouwt hij in Indonesië Dorine Jacksteit.
Op 1 mei 1950 gaat hij over naar het Subsistentenkader te Malang en verricht daar per 24 juli
tijdelijke dienst bij de Koninklijke Landmacht. Twee dagen later wordt Johannes ‘in verband met
de reorganisatie van het KNIL na de Souvereiniteitsoverdracht’ eervol uit de militaire dienst bij
het KNIL ontslagen (KB d.d. 20 juli 1950, Stb K 310).
Op 22 september 1950 vertrekt hij per MS Chitral uit Indonesië, passeert op 6 oktober de
Keerkring en arriveert op 18 oktober 1950 in Nederland op welke datum zijn tijdelijke dienstverrichtingen
bij de Koninklijke Landmacht worden be-ëindigd. Hij woonde een tijd in Putten, en daarna
woonde hij aan de Bredaseweg 230 Tilburg. Met echtgenote Dody Lether-Jacksteit woonde hij o.a. in
de Balbao-straat 26 Den Bosch.
Vreemd want op zijn militaire conduite staat wordt vermeld dat hij op 26 juli 1950 ‘bij het
Regiment Stoottroepen is verbonden voor onbepaalde tijd als vrijwilliger bij de Koninklijke
Landmacht’ (Verbandacte bekrachtigd 27/11/1950). Gelijk met zijn in diensttreding bij de Stoottroepen
wordt hij bevorderd tot Korporaal-Chauffeur. Op 4 december 1950 gaat hij dan officieel van het
Detachement Overgang Beroepspersoneel KNIL naar KL en in onderhoud bij de Administratieve Compagnie
Regiment Stoottroepen. Op 27 februari 1951 wordt hij overgeplaatst naar het Instructie Eskadron
Rij- en Tractieschool en in de rang van Korporaal-Chauffeur der 1ste Klasse bevordert
op 1 mei 1951. 24 dagen later volgt overplaatsing naar het regiment Aan- en Afvoertroepen en op 7
december volgt overplaatsing naar het Korps Commandotroepen-Detachement Nederlands Detachement
Verenigde Naties Den Haag.
Uiteindelijk wordt hij op 8 januari 1952 overgeplaatst naar het Regiment Van Heutsz en vertrekt
op diezelfde datum via Engeland met de MS Empire Foweij naar Korea alwaar hij op 11 februari 1952
in Pusan aankomt. 4 dagen later krijgt hij toestemming tot het dragen van de ‘Koreaanse Oorlogsmedaille’
toegewezen door de Zuid Koreaanse regering (KB No. 9 d.d. 7/11/1952). Op 6 december vertrekt hij
uit Pusan met de MS Skaubrijn om op 2 januari 1953 in Marseille aan te komen. Hij ontvangt 2
medailles: het ‘Kruis voor Recht en Vrijheid met de gesp Korea 1950’ en de ‘United Nations Service
Medal met gesp Korea’. Per boottrein arriveert hij dan op 3 januari 1953 weer in Nederland.
Via het Algemeen Depot Koninklijke Landmacht komt hij op 1 februari 1953 als Gewoon Dienstplichtige
terecht bij het Regiment Stoottroepen en de volgende dag bij de 1e Afdeling van het
Bewakingskorps Koninklijke Landmacht. Op 1 mei volgt dan overplaatsing naar het 2e
Instructie Bataljon Regiment Aan-en Afvoertroepen. Op 10 juni komt hij terecht bij het Depot van
die troepen, waar op 16 februari 1954 zijn overplaatsing volgt naar het Regiment van Heutsz en
wordt tewerkgesteld bij het Nederlands Detachement Verenigde Naties. Per boottrein wordt de reis
naar Marseille weer aanvaard om op 17 februari per MS La Marseillaise weer naar Korea te vertrekken.
Op 20 maart arriveert hij in Yokohama en op 29 maart in Korea. Op die dag krijgt hij toestemming
tot het dragen van het ‘Onderscheidingsteken verbonden aan de Koreaanse Presidential Unit Citation’
(KB No. 50 6/7/1954), waarvan hij op 17 juli de ‘Bronzen Medaille’ ontvangt (BO No. P.503.437.
A 24/6/1954). Op 24 juli 1954 volgt zijn benoeming ‘tijdelijk sergeant’.
Per vliegtuig vertrekt Johannes op 28 oktober 1954 per vliegtuig uit Tokio. Op 1 november
arriveert hij in Nederland, ontvangt de gesp met het cijfer 2 behorende bij het ‘Kruis voor
Recht en Vrijheid’. Via het Algemeen Depot en het Depot AAT komt hij op 23 december 1954 weer
terecht bij het Regiment Aan- en Af-voertroepen om op 7 juni 1955 overgeplaatst te worden naar
de School Aan- en Afvoertroepen voor het volgen van een opleiding tot Sergeant-Instructeur.
Op 20 december ontvangt hij die rang dan ook.
Een paar jaar blijft het dan rustig in de militaire loopbaan van Johannes. Drie jaar later op 31
juli 1958 behaald hij de M.L.V.-proeven met zwemmen.
Op 14 januari 1959 wordt hij weer overgeplaatst naar het Regiment Van Heutsz om op 28 februari
met de MS Oranjestad naar Suriname te vertrekken om geplaatst te worden bij de Troepenmacht
Suriname, alwaar hij op 21 maart aankomt voor de functie motortransport tevens instructeur. Op
30 november 1960 gaat hij weer terug naar Van Heutsz om met hetzelfde schip weer naar Nederland
te vertrekken, waar hij op 17 december 1960 aankomt.
Op 24 januari 1961 wordt hij overgeplaatst naar de 829e Zware Transport Compagnie,
wordt daar groepscommandant en rijexaminator. Op 1 december volgt per ministeriële beschikking
de benoeming tot Sergeant-1. Van 2 november t/m 2 december is hij gedetacheerd bij het 817e
Transport Bataljon in oorlogsfunctie.
In 1962 volgt hij nog een opleiding ABC-Bescherming. Op 16 mei de ministeriele beschikking Sergeant-1
Motortransport. Op 14 januari 1965 per ministeriële beschikking krijgt hij de ‘zilveren
medaille’ en op 14 april 1969 overgeplaatsing naar het Opleiding Centrum Aan- en Afvoertroepen om
daar de opleiding Sergeant-Majoor Motortransport te volgen, waarvan hij het eerste deel met
succes beëindigt. Het vervolg vind plaats vanaf 23 juni 1969 en op 3 november van dat jaar
wordt de opleiding met succes beëindigd. Op 1 november bij ministeriële beschikking
bevorderd in de rang van Sergeant-Majoor en overgeplaatst naar het 103e Verkenningsbataljon.
Op 2 augustus 1971 een overplaatsing naar het Genie Opleidings Centrum en uiteindelijk -van 22
september t/m 9 oktober 1971 gedetacheerd bij 104e bbr compagnie in oorlogsfunctie.
Op 1 januari 1972 overlijdt hij op bijna 43 jarige leeftijd in Vught.